Nabestaanden decembermoorden blij gehoord te worden

Strafproces decembermoorden

“Het voelt goed dat ik iets mocht zeggen” zei voorzitter van de stichting van nabestaanden gisteren na afloop van de bijeenkomst van de krijgsraad te Boxel. Bij de rechtszitting werd inspraak van nabestaanden besproken. Advocaat Stanley Marica die een groot aantal nabestaanden vertegenwoordigd, betoogde dat de nabestaanden het recht hebben op inspraak in de rechtszaak.

Tijdens dit uitgebreide betoog was de triomfantelijke sfeer duidelijk zichtbaar op gezichten van de nabestaanden. Deze triomfantelijke uitlatingen werden nog intenser toen de advocaat ervoor pleitte dat de zaak tegen alle verdachten voortgezet zou moeten worden. Hij baseert zich op de zaak van verdachte Edgar Ritfeld. Op 27 januari dit jaar is zijn zaak heropend op grond van artikel 8 van de “American Convention on Human Rights”, door Suriname geratificeerd in 1990. In dit artikel staat dat een ieder die verdacht wordt van criminele activiteiten het recht heeft om gehoord te worden door een onafhankelijke rechter. De advocaat is van mening dat op grond van het gelijkheidsbeginsel de zaak van alle andere verdachten ook heropend zou moeten worden. Een ander verzoek van de nabestaanden was op grond van artikel 316 van het wetboek van strafvordering. Hierin staat dat er een mogelijkheid is tot een schadevergoeding. Auditeur generaal van het Openbaar Ministerie Roy Elgin zei dat hij het oneens is met het verzoek van de nabestaanden om zich te mogen mengen in de zaak. Hij ziet daarvoor geen juridische grondslag. Wel zei hij dat er gekeken kan worden naar een schadevergoeding aan de hand van het eerder genoemde artikel 316 van het wetboek van strafvordering. Voorzitter van de stichting van nabestaanden Sunil Oemrawsingh zei na afloop van de zitting: “Uit de reactie van het OM concluderen wij dat het OM inhoudelijk met ons eens is. Het erkent dat grote betrokkenheid van nabestaanden bij de processen zou moeten. Alleen ziet het OM daarvoor in de Surinaamse wet geen juridische grondslag. Wij zijn het daar niet mee eens.” Verder zegt Oemrawsingh dat het de nabestaanden niet gaat om het krijgen van een schadevergoeding. “Het gaat ons in de eerste plaats om invloed te mogen uitoefenen op de inhoud van het strafproces. Wij zijn van mening dat alle zaken heropend zouden moeten worden. Dit op basis van de uitspraak van het hof van justitie van 27 januari van dit jaar. De schorsing die volgt uit de amnestiewet 2012 zou opgeheven moeten worden.” Freddy Wijngaarden, broer van de vermoorde journalist Frank Wijngaarden zegt: “Het is geen teleurstellende afloop, maar ik ben wel teleurgesteld dat het zo lang gaat duren. Ik denk dat de krijgsraad de verzoekers voldoende ruimte heeft gegeven om het verzoekschrift toe te lichten.” De president van de Krijgsraad zei dat de rechters van de Krijgsraad tijdens een zitting op 28 juli op deze zaak zullen terugkomen.

Gepubliceerd in dagblad De West, Suriname in april 2014